CLL en SLL

Chronisch lymfatische leukemie en het Klein lymfocytair lymfoom worden beiden - ondanks de naam leukemie - bij de lymfomen ingedeeld omdat er lymfocyten bij betrokken zijn. SLL manifesteert zich vooral in de lymfeklieren.

 

CLL begint niet met een lymfoom in de klieren of een ander orgaan, maar doet zich voor in het beenmerg en/of de milt, met uitbreiding naar het bloed. Vandaar ook de benaming leukemie, een ziekte die het bloedsysteem aantast. Vaak zijn echter ook de klieren aangetast. CLL is het meest voorkomende type van leukemie en doet zich vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De gemiddelde leeftijd bij de diagnose schommelt tussen 67 en 72 jaar. In tegenstelling tot acute lymfatische leukemie ontwikkelt CLL zich eerder langzaam. CLL wordt dan ook anders ingedeeld dan lymfeklierkanker.

 

Er bestaan verschillende classificaties om aan te geven in welk stadium de ziekte zicht bevindt: de zogenaamde Rai en Binet classificaties.

 

Een verhoging van de lymfocyten is op zich geen reden om een behandeling te starten. Een behandeling is alleen aangewezen als de klierzwelling een hinderlijk karakter heeft of indien er ander ziektegerelateerde klachten zijn. Pas vanaf stadium Rai III/IV of Binet C wordt CLL daadwerkelijk standaard behandeld. Het wil overigens niet zeggen dat je - wanneer je je in stadium Rai IV of Binet C bevindt - nog maar weinig kansen hebt op het slagen van de behandeling. 

 

Stadiumindeling volgens Binet

  • Stadium A: minder dan drie lymfeklierregio's vergroot.
  • Stadium B: drie of meer lymfeklierregio's vergroot.
  • Stadium C: bloedarmoede en/of laag aantal bloedplaatjes. 


Stadiumindeling volgens Rai 

  • Stadium 0 - laag risico: verhoging van het aantal lymfocyten in het bloed.
  • Stadium I - gemiddeld risico: verhoging van het aantal lymfocyten in het bloed en lymfeklierzwelling.
  • Stadium II - gemiddeld risico: vergrote milt of lever en verhoging van het aantal lymfocyten in het bloed, al dan niet met lymfeklierzwelling.
  • Stadium III - hoog risico: verhoging van het aantal lymfocyten en bloedarmoede, al dan niet met lymfeklierzelling, vergrote milt of lever.
  • Stadium IV - hoog risico: laag aantal bloedplaatjes en verhoging van het aantal lymfocyten in het bloed, al dan niet met bloedarmoede, vergrote milt of lever en lymfeklierzwelling. 
Deze website wil gebruik maken van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren.
Gelieve aan te geven of u deze cookies al dan niet wenst te aanvaarden.
Meer informatie