Types
Er zijn twee types van het hodgkinlymfoom:
Klassiek hodgkinlymfoom
In 92% van de gevallen gaat het om deze variant. De patholoog onderzoekt de weefselstalen onder de microscoop en kan dan nog 4 subtypes onderscheiden. Voor de behandeling maakt dit in se niet uit.
- nodulaire sclerose
- gemengde cellulariteit
- rijk aan lymfocyten
- arm aan lymfocyten.
Het ABVD-schema (Adriamycine, Bleomycine, Vinblastine en Dacarbazine) is voor de meeste patiënten de standaardbehandeling.
- Personen die hodgkin hebben in stadium I of II krijgen meestal tot max. 4 cycli ABVD gevolgd door bestralingen.
- Personen met hodgkin in stadium III of IV krijgen meestal tot 6 of 8 cycli ABVD.
Een cyclus bestaat uit 2 kuren en een kuur vindt in principe tweewekelijks plaats. Een cyclus van 6 bestaat dus uit 12 behandelingen en duurt 6 maanden. Een kuur kan met een week uitgesteld worden als het afweersysteem (witte bloedcellen) te laag staat.
Soms wordt er overgeschakeld naar AAVD ; brentuximab-vedotin - adriamycine-vinblastine-dacarabazine. Dit wordt terugbetaald voor stadium 4.
Ook Beacopp wordt soms nog gegeven.
Nodulair lymfocyten-predominant hodgkinlymfoom (NLHPL)
In 8% van de gevallen gaat het in België om deze zeldzame hodgkinvariant waarbij de klassieke uilencellen ontbreken. Dit hodgkinlymfoom ziet er onder de microscoop iets anders uit dan het klassiek hodgkinlymfoom. In 2025 had het nog altijd deze naam en behoord het nog altijd tot de hodgkinlymfomen. Maar het zou kunnen dat deze classificatie in de toekomst verandert, waardoor het op termijn tot de non-hodgkinlymfomen gerekend zal worden. Een nieuwe benaming voor dit lymfoom zou dan "nodulair predominant B-cel lymfoom" zijn.
Dr. Fan onderscheidt 6 verschillende patronen (A, B, C, D, E en F) waarbij vooral E een minder goede prognose heeft.
Het komt vnl. voor bij mannen (75%) tussen 30-40 jaar.
- 80-95% zit in stadium I of II. Het laat zich goed behandelen, maar het komt vaak terug.
- Vooral klieren in hals, oksels of liezen.
In stadium I of II kan ervoor gekozen worden om enkel te bestralen.
In de andere stadia (III of IV) worden deze patiënten op dezelfde manier behandeld als de patiënten met een klassiek hodgkinlymfoom. Soms wordt er ook Rituximab toegediend. Een mogelijk schema kan zijn: tweewekelijks ABVD en maandelijks Rituximab. Rituximab richt zich op CD20. Dit is een eiwit op de oppervlakte van de kankercellen.
De prognose van NLHPL is nog beter dan die van klassiek hodgkinlymfoom.
Behandelingen
De overgrote meerderheid van jonge hodgkinpatiënten geneest na een eerstelijnsbehandeling en kan een normaal leven tegemoet zien, met meestal behoud van de fertiliteit en de mogelijkheid om een gezin te stichten.
Hodgkinpatiënten die niet in remissie zijn na een eerstelijnsbehandeling krijgen meestal DHAP-chemo, gevolgd door een conditioneringschemo en een autologe stamceltransplantatie. Na een stamceltransplantatie kan je wel onvruchtbaar worden.
Andere mogelijke behandelingen zijn:
- Brentuximab
- Pembrolizumab of Nivolumab: checkpointremmers
- allogene stamceltransplantatie.