Stamceltransplantatie

Stamcellen of voorlopercellen zijn in feite jonge bloedcellen die kunnen uitgroeien tot volwassen rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes. Stamcellen zitten vooral in het beenmerg en in beperkte mate in het bloed.   

 

Een stamceltransplantatie kan op verschillende manieren:

  • Bij een autologe stamceltransplantatie worden eerst eigen stamcellen "geoogst" (stamcelaferese) en ingevroren en later aan de patiënt teruggeven.
  • Bij een allogene stamceltransplantatie (= vorm van immunotherapie) krijgt de patiënt stamcellen van een geschikte donor. Een donor is geschikt als zijn weefseltype zoveel mogelijk overeenkomt als dat van de patiënt (dit wordt vaak gequoteerd op een puntenaantal van 12). In eerste instantie wordt gekeken naar een familiale donor maar het kan ook een anonieme donor zijn. Tegenwoordig wordt ook vaker (succesvol) beroep gedaan op een HAPLO-identieke donor (50% match met een familielid). De donor moet niet dezelfde bloedgroep hebben. Als de patiënt zelf ooit in aanraking is gekomen met CMV (cytomegalovirus), heeft hij best een donor waar dat ook het geval is geweest en vice versa. 
  • Bij een syngene stamceltransplantatie krijgen patiënten stamcellen of beenmerg van hun identieke tweelingbroer of -zus. 

In de weken voorafgaand aan de opname, zullen verschillende onderzoeken plaats vinden om na te gaan of de stamceltransplantatie kan doorgaan:

- PET-/CT-scan; 

- bloedafname;

- beenmergpunctie en/of - biopt;

- onderzoek bij de pneumoloog;

- onderzoek bij de cardioloog;

- onderzoek bij de tandarts dat je zelf moet inplannen.

 

Als je nog geen katheter hebt, zal op de dag van de opname eerst een centrale katheter geplaatst worden. Vanaf de dag van de stamceltransplantatie of eerder indien nodig, word je in isolatie geplaatst. Beperkt bezoek is nog mogelijk maar je bezoekers zullen hun handen goed moeten ontsmetten en een mondmasker moeten dragen. Na de transplantatie zullen de stamcellen zich nestelen in jouw beenmerg en zich daar verder vermenigvuldigen en ontwikkelen. Dat kan een aantal weken duren. Tijdens en na de opname zijn een goede (tand-)hygiëne, kiemarme voeding en beweging zeer belangrijk. Om de nieren te sparen, moet zeker ook 2 liter water per dag worden gedronken.

 

Autologe stamceltransplantatie

Eén of twee dagen na de opname wordt met de chemo gestart. Meestal is dit BEAM chemo die over een periode van 6 dagen wordt gegeven. De voornaamste klachten zijn misselijkheid/braken, diarree, extreme vermoeidheid en lusteloosheid, aften in de mond, slijmvliesontsteking en droge mond. Daarna krijgt de patiënt meestal een dag rust. De ontdooide stamcellen worden dan aan de patiënt via de bloedbaan teruggegeven. Dit ruikt een beetje naar tomatenpuree. Bij een autologe stamceltransplantatie moet je gemiddeld rekenen op een opname van 3 weken.  

Wanneer er geen complicaties zijn en de bloedwaarden voldoende hersteld zijn, mag de patiënt naar huis. Hij/zij moet wel nog regelmatig naar het ziekenhuis voor een controle en zal ook nog enkele maanden medicatie moeten nemen tegen bacteriën en virussen. Het herstel verschilt van persoon tot persoon en duurt gemiddeld 3 maanden tot een half jaar.

 

Allogene stamceltransplantatie 

De eerste allogene stamceltransplantaties vonden al plaats in 1957 (Dr. D. Thomas).

De patiënt wordt nu meestal 7 tot 10 dagen vóór de eigenlijke stamceltransplantatie opgenomen. Het soort chemo dat de patiënt krijgt als voorbehandeling hangt af van verschillende factoren zoals de ziekte, leeftijd, algemene conditie en de behandelingen die men al heeft ondergaan. Hiervoor wordt vaak gekozen tussen een myeloablatieve allogene stamceltransplantatie (= hoge dosis chemo en/of radiotherapie) of een niet-myeloablatieve allogene stamceltransplantatie (= lagere dosis chemotherapie waarbij niet het volledige beenmerg van de patiënt wordt vernietigd). De patiënt zal tijdens zijn verblijf veel medicatie moeten innemen (o.a. tegen schimmels, virussen en bacteriën).

Na het einde van die behandeling en soms een dag rust worden de stamcellen via een infuus toegediend. De stamcellen worden in principe vers toegediend. Ofwel stamcellen vanuit het beenmerg (= beenmergtransplantatie) ofwel vanuit de bloedbaan van de donor. De keuze hiervoor is afhankelijk van het type lymfeklierkanker en de donor. Voor een beenmergcollectie wordt de donor immers volledig onder narcose gebracht dus het is logisch dat de donor dit ook zelf moet zien zitten. Stamcellen uit het beenmerg zijn jongere stamcellen en weten nog niet helemaal wat van hen verwacht wordt. Het zal dus langer duren eer ze zich in het beenmerg van de patiënt weten te nestelen. Voordeel is wel dat de kans op afstoting (GvHD) lager is. Perifere stamcellen (oudere stamcellen uit de bloedbaan) nestelen zich dan weer sneller in het beenmerg van de patiënt maar de kans op afstoting (GvHD) is dan weer groter.

 

Bij een allogene stamceltransplantatie zijn er meer risico's op complicaties door de Graft versus Host Disease (GvHD) die ontstaat door een reactie van afweercellen van de donor tegen jouw gezonde weefsels. Omdat de afweercellen van de donor zich in een vreemd lichaam bevinden, beschouwen zij de lichaamscellen van jou als vreemd. Zij kunnen dan schade aanrichten aan jouw weefsels. Een beetje graft vs host is wel goed omdat de donorcellen dan ook de eventueel overgebleven kankercellen vernietigen. Om weefselschade zoveel mogelijk te voorkomen wordt medicatie (immuunsuppressiva zoals cellcept en prograft) toegediend en moet je regelmatig op controle. Bij een allogene stamceltransplantatie moet je gemiddeld rekenen op een opname van 4 tot 8 weken. De duurtijd van het herstel verschilt ook hier van persoon tot persoon en bedraagt gemiddeld een jaar. Wist je trouwens dat je ook de bloedgroep van je donor overneemt?

 

Wat neem je best mee?

Om het jou zo comfortabel mogelijk te maken, neem je best voldoende zaken mee die voor afleiding zorgen (bvb. een laptop met muziek en filmpjes, kleurboeken, breigerief, boeken, ….).  Daarnaast neem je best ook voldoende kledij, zachte tandenborstels en natte doekjes tegen diarree mee. De kledij moet steeds apart van die van de huisgenoten gewassen worden. Er worden best ook nieuwe (gesloten) verpakkingen van shampoo en andere verzorgingsproducten (bij voorkeur alcohol- en parfumvrij) meegebracht naar het ziekenhuis. Laat open verpakkingen dus thuis.

Deze website wil gebruik maken van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren.
Gelieve aan te geven of u deze cookies al dan niet wenst te aanvaarden.
Meer informatie